Vaak als we iets willen veranderen in ons leven lopen we tegen onszelf aan. We willen een nieuwe gewoonte in ons leven integreren of we willen graag ergens mee stoppen. En waarom vinden we dat zo moeilijk en lukt het ons niet.

Stel, je wilt gaan hardlopen in de ochtend. Die vervelende telefoontjes afhandelen. Een blog schrijven.

Maar dan. Je wilt wel hardlopen, maar je kan jezelf er niet toe zetten. Je wilt die vervelende telefoontjes wel doen, maar je stelt het uit. Je wilt wel een blog schrijven maar er komt steeds iets tussendoor.

Je gaat twijfelen aan jezelf. Heb ik wel voldoende discipline? Kan ik het eigenlijk wel?

Het antwoord is: natuurlijk kun jij het.

Dat je dingen die je graag wilt niet makkelijk (of niet) voor elkaar krijgt, heeft niks te maken met je motivatie. Het probleem is dat wanneer je je brein de kans geeft erover na te denken, het met allerlei argumenten komt waarom die actie niet nodig is.

Ons brein houdt namelijk niet van veranderingen. Zo werkt ons overlevingsmechanisme. Verandering betekent namelijk gevaar, onveiligheid, onzekerheid. Het zou wel eens verkeerd af kunnen lopen. Liever doen we wat we moeiteloos kunnen. We zijn dol op wat we kennen (automatisme). Dat geeft ons een prettig gevoel.  Een gevoel van comfort. Het heet niet voor niets ‘comfortzone’.

Maar … er is een methode die je kan helpen om je brein net iets voor te zijn.

Dat werkt zo. We hebben twee denksystemen in ons lichaam. Het ene systeem is snel, reageert automatisch en onbewust en werkt intuïtief. Het evalueert de situatie. Dit systeem maakt 98% van ons denken uit. Daniel Kahneman – psycholoog en bekend van zijn baanbrekende werken over hoe mensen beslissingen nemen – noemt dit systeem 1.

Het andere denksysteem is langzaam, maakt doordacht en bewust keuzes, is een gecontroleerd denkproces dat moeite kost, denkt rationeel en neemt beslissingen. Dit systeem maakt slechts 2% van ons denken uit. Kahneman noemt dit systeem 2.

Als je iets nieuws wilt beginnen of een gewoonte wilt veranderen, dan gaat je brein aan het werk om je tegen te houden. Je verstand maakt je wijs dat je er nog eens goed over moet denken. Je brein kan zeer veel redenen bedenken om je van iets af te houden. Systeem 1 en 2 zijn hard aan het werk. Dat is een verklaring waarom veranderen zo moeilijk is.

Systeem 2 bepaalt of je iets wel of niet gaat doen. Alleen dat heeft tijd nodig. Voordat een idee tot actie komt zit er een periode tussen van 5 seconden. En in die 5 seconden kun je alles doen wat je wilt. Als je de 5 seconde voorbij laat gaan, dan gaat het automatische mechanisme (systeem 1) weer in werking.

Dus als je bijvoorbeeld ‘s ochtends in bed ligt en je hebt de wekker eerder gezet omdat je wilt gaan hardlopen dan wordt ook je brein wakker. Je kijkt naar de wekker en dan heb je 5 seconden om in actie te komen, om dat bed uit te gaan. De wekker gaat, je wordt wakker, je doet je ogen open … 5, 4, 3, 2, 1 en hup!

Je bent je hersenen voor en je staat naast je bed. Als je de 5 seconden voorbij laat gaan dan gaat het oude mechanisme weer in werking. En blijf je in bed liggen.

De 5 seconde regel maakt ruimte voor nieuwe positieve patronen. Het in gedachten terugtellen van 5 naar 1 helpt uitstelgedrag te onderdrukken en gewoon te beginnen. Elke keer dat je een ‘vijfsecondebeslissing’ neemt, kun je je ingesleten mentale instellingen en gewoonten veranderen. Al die kleine beslissingen zorgen samen voor grote veranderingen in hoe je denkt, wat je voelt en hoe je leeft.

De 5 seconde regel is bedacht door Mel Robbins. Zij inspireert miljoenen mensen wereldwijd met haar TEDx talk ‘How to stop screwing yourself over’en haar bestseller The 5 Second Rule. In deze TedTalk hoor je haar verhaal.